2 Pagina's
9 Pagina's
9 Pagina's






48 woordkaarten - thema herfst
Doel
De leerlingen vergroten hun woordenschat rond het thema herfst. Ze leren de woorden herkennen, benoemen en correct gebruiken met het juiste lidwoord (de of het). Daarnaast oefenen zij met het verdelen van woorden in lettergrepen.
Werkwijze
De leerkracht introduceert de woordkaarten en bespreekt de afbeeldingen en woorden met de groep. Op de voorkant staat een afbeelding met het woord en het lidwoord. Op de achterkant staan de lettergrepen van het woord aangegeven. De leerlingen bekijken, benoemen en gebruiken de woorden in verschillende taalactiviteiten.
Verschillende manieren van gebruiken
Woordenschatgesprek: leerlingen benoemen en bespreken de woorden.
Sorteerspel: woorden indelen bij de of het.
Lettergreepspel: woord omdraaien en het aantal lettergrepen klappen.
Woorden in een zin gebruiken.
Woordkaarten ophangen aan een themamuur.
Zoekspel: leerlingen zoeken een kaart die bij een omschrijving past.
Schrijfopdracht: leerlingen schrijven de woorden over op een blaadje of met woody op de tafel.
Oefendoelen
Uitbreiden van de woordenschat rondom het thema herfst
Correct gebruiken van lidwoorden (de en het)
Auditieve discriminatie
Fonologisch bewustzijn
Verdelen van woorden in lettergrepen
Herkennen van beginletters en beginklanken
Koppelen van afbeeldingen aan woorden
Vergroten van de mondelinge taalvaardigheid
Voorbereiding op het leren lezen
Woorden gebruiken in zinnen en gesprekken
Visuele woordherkenning
Versterken van de actieve en passieve woordenschat
Benodigdheden
Woordkaarten - thema herfst
Beoordelingen en opmerkingen