bewegend leren want in de carnavalsweek kunnen ze niet stilzitten.
- Rondlopen en kaartjes bekijken.
- Kijken naar het kleine prentje op het kaartje van het verklede kind.
- Het bijbehorende woord (bijv. “kaas”) opschrijven naast de prent van het verklede kind op hun blad.
Beoordelingen en opmerkingen