37 Pagina's
37 Pagina's
43 Pagina's






Elke speler begint zijn beurt door een kaartje te trekken.
Daarna maakt de speler eerst de splitsing die op het kaartje staat. Wanneer de splitsing juist is, mag de speler het aantal sprongetjes uitvoeren dat op het kaartje vermeld staat.
Staat er een wortel op het kaartje, dan moet de speler aan de grote wortel draaien. Valt het konijntje daarbij door het gat, dan neemt de speler een nieuw konijntje. Zijn alle konijntjes op, dan ligt de speler uit het spel. De speler die als eerste met zijn konijntje de wortel bereikt, is de winnaar.
Beoordelingen en opmerkingen